Wednesday, October 19, 2005

Explonsief vol. 3

HAMELEN

Hoe langer een vers lid van Plons zich afzijdig houdt van onze gezamenlijke sociale rituelen, hoe begeerlijker hij/zij wordt. "Onbekend maakt onbemind" gaat hier niet op. De mythevorming rond een persoon kan groteske vormen aannemen, zoals ikzelf ervaren heb: synchroon aan het wanhopige gesmeek om een keer mee te gaan naar De Landman, liepen de uitnodigingen van de Explonsiefredactie voor rubrieken als Baan 7, Het Startblok en Hoe Vertel Ik Het Mijn Moeder, die ik steeds resoluut afwees. Tot ik na twee jaar toch zwichtte… En dan is nu het moment gekomen jullie iets meer te vertellen over mijzelf.

Toen ik een jaar of acht oud was, bezochten mijn ouders en ik eens het Duitse stadje Hamelen. Er valt daar niets te beleven, maar wel te verdienen: dank u, Rattenvanger. We maakten een boottocht, over een rivier. Nu bezwoer mijn moeder mij reeds op vroege leeftijd: "Jongen, ga niet met vreemde mannen mee..! Besteed geen aandacht aan ze, vooral niet als ze hun fluit bespelen. Neem geen snoepjes aan, ook al heb je nog zo'n honger. Alle mannen zijn beesten en vooral de zeelui, want dat zijn de grootste viezeriken die er bestaan: schuinsmarcheerders, het schuim der aarde. Goorlappen, smeerkezen, weerzinwekkende vuilakken - dat zijn het."

Dus uitgerekend tijdens die boottocht werd ik voor het eerst verliefd. Op een zeeman. Niet op een lichtmatroos of dekzwabber, nee - op de kapitein van het schip: de hoogste in rang. Hij was groot en breed en had donkere ogen. Hij tilde me op en zette me achter zich neer op een vensterbank, hoog boven de vloer. Ademloos keek ik naar zijn grote handen. Hij en dat enorme stuurwiel, dat hij zachtjes heen en weer draaide. Hoe rustig zijn gespierde, behaarde zeemansarmen bewogen! Zijn pet nonchalant op zijn achterhoofd, zijn donkere haren die glanzend krulden. Voor mij was hij de enige echte rattenvanger in zijn soort en ik - klein ratje - zat in de val.

Sindsdien ben ik niet weg te slaan uit maritieme musea. Ik douche met een zuidwester op, ik woon in Katwijk aan Zee. Ik draag enkel schipperstruien en ik verzamel pijpen. Moby Dick is mijn bijbel en Herman Melville God op aarde. Ik speel dwarsfluit en ik fok ratten: uren kan ik toekijken hoe mijn lievelingen ravotten, mijn nachtrust ten spijt.

Ik kan dus niet anders dan een aperte hekel hebben aan een kroeg die de naam De Landman draagt. Geef mij maar een schrale havenkroeg, waar ik naar hartelust de kades afschuim en achter iedere stoere man met fluit aanhobbel, zeeman of niet. Het is een spel en ik gok: als ik verlies, vind ik mezelf met een kater, tussen zwerfvuil in stinkende stegen, geslagen en berooid van geld en eer. Maar als ik win, krijg ik wat me toekomt: dan mag hij me heen en weer draaien als zijn stuurwiel, tot ik niet meer weet waar - en wie - ik ben.
Zo. Ieders nieuwsgierigheid bedwongen nu?

De volgende keer in HILDERTSCHILDERT een proeve van mijn befaamde kookkunsten. Lekker, ik kijk er nu al naar uit!

0 Mad Hatters:

Post a Comment

<< Home